Analoog

In de elektronica werken we met twee soorten signalen, we onderscheiden analoog en digitaal. Analoog is de aanduiding voor een bepaald type signaal en de daarmee samenhangende technologie. Daarbij is een analoog signaal een signaal dat in principe traploos waarden kan aannemen. Digitaal kent maar twee waarden (binair), zoals bij velen bekend als “0” en “1”.

Mensen kunnen alleen werken met analoge gegevens, denk aan bijvoorbeeld geluid uit een luidspreker. Muziek is een constant veranderend signaal (analoog) waardoor het voor ons als muziek klinkt, digitaal geluid bestaat niet.

De uitdrukking “digitaal geluid” geeft alleen aan dat een geluidssignaal een digitale bewerking heeft ondergaan maar zal ten alle tijden weer analoog gemaakt moeten worden om voor ons oor een waarneembaar geluid te kunnen produceren.

Het omzetten van Analoog naar digitaal noemen we A/D conversie, het omzetten van digitaal naar analoog D/A conversie

De grootste beperking van analoge signaalverwerking is dat elk systeem onderhevig is aan ruis: willekeurige fluctuaties. Wanneer signalen herhaald worden omgezet of over lange afstanden worden getransporteerd, kunnen deze fluctuaties een belangrijke component van het signaal worden. Elektrische ruis kan worden beperkt door afscherming van de kabels en goede verbindingen.